Sunday, April 22, 2012

De "Petrus" misleiding en foute Bijbels



De "Petrus" Misleiding

door Dr. Douglas S. Winnail


BRON: Tomorrow's World, September - October 2006



     Afgelopen juni herinnerde paus Benedictus XVI een menigte van 50.000 mensen op het St. Pieters Plein er aan, dat het fundament van zijn gezag, de rots is waarop Jezus de Katholieke Kerk stichtte - die rots was de Apostel Petrus. Tijdens zijn opmerkingen verzocht hij dringend, "Laat ons bidden, opdat de vooraanstaande plaats van Petrus..... in toenemende mate erkend zal worden in haar ware betekenis door broeders, die nog niet in gemeenschap met ons zijn". (Zenit News Agency - [Zenit Nieuws Agentschap], 7 juni 2006) Benedictus verkondigde, dat allen die zichzelf Christenen noemen de Roomse paus als het unieke en afzonderlijke hoofd van de Christelijke wereld moeten erkennen. 


     Zijn aanspraak - de zogenaamde "Petrus theorie" - is eeuwenlang een standaard Rooms Katholieke leerstelling geweest. Velen realiseren zich echter niet, dat noch de Bijbel, noch de geschiedenis een dergelijke bewering van pauselijk gezag ondersteunen. De veronderstelling van Benedictus van pauselijk gezag is in feite één van de langstlopende misleidingen van religie! 


Roomse leerstelling versus de Bijbel

 
     De leerstelling "gezag van Petrus" beweert, dat Jezus aan Petrus en de opvolgers van Petrus het gezag gaf om als enige bewaarders van het ware Christelijke onderwijs te functioneren - en zoals paus Benedictus beweerde, "dit gezag is voor altijd". (ibid) Degenen, die deze leerstelling steunen verwijzen naar een belangrijke passage in de Bijbel waar Jezus zei: "En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen..... Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen". (Matteüs 16:18-19) 


     Een zorgvuldige studie van deze passage en andere verzen openbaart echter iets heel anders dan wat Benedictus in gedachten heeft. In de originele Griekse tekst is de verklaring van Jezus feitelijk een woordspeling. Het Griekse woord voor "Petrus" is petros (hetgeen een kleine steen betekent) en het Griekse woord voor "rots" is petra. (Een gigantische rots of berg) De Bijbel laat duidelijk zien, dat Jezus Christus de Rots is. (Zie 1 Korintiërs 10:4; 1 Petrus 2:4; zie ook Psalm 118:22; Jesaja 28:16) Hij verwees naar Zichzelf als de petra en naar Zijn discipel als de petros


     De Bijbel laat ook zien, dat de Kerk niet gesticht was op Petrus alleen, maar was "gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is". (Efeze 2:20) Jezus beschreef Zijn petros - Petrus - als een grondslag van de Kerk, samen met de andere Apostelen en profeten. Jezus Christus en Zijn leerstellingen zouden echter het ware fundament van de Kerk blijven. Dit is de ware betekenis van Matteüs 16:18-19. Pogingen om dit vers te verdraaien tot een verklaring van het exclusieve gezag van Petrus is eenvoudig niet Bijbels. Daarom werd de Roomse aanspraak op macht, gebaseerd op het veronderstelde gezag van Petrus nooit geaccepteerd door de Oost Orthodoxe Kerken en verworpen door de Protestantse Hervormers. (Zie Civilization Past en Present - [Beschaving in Verleden en Heden] - Wallbank, pag. 133) 


De Bijbelse Rol van Petrus

   
Wat openbaart de Bijbel over de rol van Petrus in de vroege Kerk?

Petrus werd als eerste op de lijst van de twaalf Apostelen geplaatst. (Matteüs 10:1-4; Lucas 6:13-16) Hij was vaak de woordvoerder van de groep ( Matteüs 16:13-16) en gaf op het Pinksterfeest de eerste preek. (Handelingen 2) Petrus was samen met Jakobus en Johannes één van de drie pilaren in de Jeruzalem Kerk. (Galaten 2:9) Petrus, Paulus en Barnabas maakten opmerkingen over leerstellingen op een conferentie in Jeruzalem, maar Jakobus - niet Petrus - zat de conferentie voor en sprak het uiteindelijke besluit uit. (Handelingen 15) Petrus was de Apostel voor de Joden en Paulus was de Apostel voor de Heidenen - maar geen van beiden werd boven de andere gesteld. ( Galaten 2:7) Paulus corrigeerde Petrus zelfs. (Galaten 2:11-14) Petrus weigerde eerbetoon, toen het werd aangeboden (Handelingen 10:25-26); niemand kuste zijn ring. De Bijbel openbaart, dat Petrus een leider was onder de Apostelen, maar hij had, noch beweerde gezag te hebben over de anderen. 


Feiten van de Geschiedenis

   
Maar was Petrus de eerste paus, die de leiding had in Rome?

Zelfs Katholieke bronnen erkennen, dat de term "paus" niet in het westen werd gebruikt "tot de eerste helft van de vijfde eeuw". (Short Biographies of All the Popes -[Korte Biografieën van Alle Pausen] - Lozzi Roma, pag. 2) Zoals wetenschapper Hans Küng verklaart: "Katholieke theologen geven toe, dat er geen betrouwbaar bewijs is, dat Petrus ooit verantwoordelijk was in Rome als opperste hoofd of bisschop". (The Catholic Church - [De Katholieke Kerk], Küng, pag. 20) Professor Küng vermeldt ook, dat "er geen sprake kan zijn van legaal gezag - of zelfs een superioriteit, gebaseerd op de Bijbel - van de Roomse gemeenschap of zelfs van de bisschop van Rome in de eerste eeuwen". (ibid., pag. 49) Het Nieuwe Testament verbindt Petrus niet met Rome en het noemt geen opvolger voor Petrus. De Apostelen spoorden Christenen aan naar Jeruzalem en de kerken in Judea te kijken - niet naar Rome - als hun voorbeelden. (Galaten 1:18; 1 Tessalonicenzen 2:14) 


     Historici weten, dat de bisschop van Rome "in het begin slechts één van de verschillende patriarchen" was. (Civilization Past & Present - [Beschavingen in het Verleden en Heden], Wallbank, 6e ed. , pag. 133) Er waren ook patriarchen in Constantinopel, Antiochië, Jeruzalem en Alexandrië, die als gelijkwaardig werden beschouwd - maar de geschiedenis vermeldt, dat zij ook concurrerend waren en naar macht grepen. Rond 160 n. Chr. trachtte bisschop Anacetus van Rome, Polycarp, de bisschop van Smyrna onder druk te zetten om het Roomse paaszondag te houden in plaats van het Bijbelse Pascha, dat op de 14e Nisan wordt gevierd. Anacetus was niet succesvol, omdat Polycarp zei dat hij een traditie volgde, geleerd van de Apostel Johannes. Vijftig jaar later dreigde een andere Roomse bisschop, Victor, de oosterse kerken te excommuniceren, omdat zij de Roomse datum van paaszondag niet aannamen. Opnieuw weigerden zij en zij gingen door met het volgen van waar apostolisch onderwijs. 


     De "Petrus theorie" houdt in, dat de opvolgers van Petrus beslissen over doctrinaire zaken voor de Kerk. Verslagen laten echter zien, dat op het Concilie van Nicea in 325 n. Chr. de Roomse bisschop Sylvester I niet aanwezig was en geen gezag uitoefende toen de datum van paaszondag als een vervanging werd gezet voor het Bijbelse Pascha en toen de zondagsviering officieel de zevende dag Sabbat verving. Het Concilie van Nicea werd niet bijeengeroepen en voorgezeten door een Roomse bisschop, maar door keizer Constantijn. Als keizer voerde Constantijn de titel van Pontifex Maximus in de heidense Romeinse religie - een titel, die de Roomse bisschop Leo I een eeuw later zou aannemen toen over het "Petrus" gezag over alle andere bisschoppen werd gediscussieerd. In 451 n. Chr. wees het Concilie van Chalcedon Leo echter af en beslisten dat de bisschoppen van Rome en Constantinopel gelijkwaardig gezag hadden. Omstreeks 1200 n. Chr. beweerde paus Innocent III de "plaatsvervanger van Christus" en de opperste soeverein van de Kerk en de wereld te zijn. (Halley's Bible Handbook - [Halley's Bijbel Handboek], pag. 776) Voor ongeveer 600 jaar, tijdens de Middeleeuwen verwezen Roomse bisschoppen naar de "Bijdrage van Constantijn" als bewijs van hun recht om over alle andere bisschoppen gezag uit te voeren, maar later werd bewezen dat het document een vervalsing was. (Kung, pag. 50) 


Profetische Waarschuwingen

 
     De Bijbel en de geschiedenis laten beide zien, dat de vroege Kerk de Roomse theorie van "Petrus" gezag niet erkende. Integendeel, het waren ambitieuze Roomse bisschoppen, die de doctrine ontwikkelden om macht over andere bisschoppen en hun kerken te verkrijgen. Jezus Christus waarschuwde, dat aan het einde van het tijdperk velen misleid zouden worden door valse leraren, die beweren dat zij Hem representeren. (Matteüs 24:3-5) Paulus waarschuwde, dat in de laatste dagen hypocritische leraren leugens zouden verspreiden (1 Timoteüs 4:1-3) en mensen zouden verleiden om te geloven in oude ketterijen en on-Bijbelse tradities. (2 Tessalonicenzen 2:1-15) Deze al lang bestaande waarschuwingen komen nu tot leven!



Ik trof dit artikel aan op het internet en ik kon instemmen met de inhoud, maar toen ik later die site analyseerde waarop dit artikel te lezen is, ontdekte ik dat deze site uitgaat van "the Worldwide Church of God", gesticht door wijlen Herbert W. Armstrong, die op een aantal punten zelf dwalende is, maar wat niets afdoet aan het bovenstaande artikel.

Zie HIER en HIER voor meer info.

Bij het beoordelen van informatie pas ik het principe toe van "eet de vis en laat de graat liggen", m.a.w.: ik 'consumeer' die informatie waarmee ik kan instemmen en laat die informatie liggen waar ik het niet mee eens ben.

Mijn punt is dat ik zoveel mogelijk mensen wil bereiken met de boodschap dat de Rooms katholieke "kerk" de grootste VIJAND is van de mensheid, en lees daartoe MARY IS SATAN - MARIA IS SATAN!

Mensen die zich nog Rooms katholiek noemen roep ik op om de juiste Bijbelvertaling te lezen om vervolgens tot de conclusie te komen dat er geen enkele reden meer is om zich Rooms (Romeins) katholiek te noemen, en om "de paus" te zien als kerkvader en als "plaatsvervanger van God-Jezus op aarde", en om slechts aanhanger te willen zijn van de Heer Jezus Christus en van Hem alleen, en om tevens te onderkennen dat Hij volledig Joods was en dat Hij terugkeert naar Jeruzalem in Israël.

Rooms katholieken die de juiste Bijbelvertaling gaan lezen dienen te onderkennen dat het onBijbels was en is om de zondag als rustdag in te stellen als "vervanger" van de originele rustdag (de Sabbat) en om 'Pasen' en 'Kerstmis' te vieren volgens de tradities van die Roomse "kerk", en lees daartoe deze artikelen: Het 'christelijke Pasen' en de PORNO-godin  en  
Jezus' komst is aanstaande, maar voordien zal eerst zijn imitator komen: de antichrist, geholpen door de valse profeet, en dit zal zeven jaar vóór de wederkomst van Jezus Christus zijn, wat na een WONDERLIJKE gebeurtenis zal geschieden: de OPNAME of WEGKAPING/WEGRUKKING van de gemeente van Jezus Christus, en lees daartoe dit artikel: 


De opname voorafgaande aan Ezechiël 38/39 

Houd, wat het profetische woord betreft, de blik gericht op het Midden-Oosten, en met name op Israël, want het belangrijkste deel van de Bijbel gaat over het volk en het land Israël , en de Heer Jezus Christus kwam zelf voort uit het Joodse volk en zijn liefde voor zijn volk is EEUWIGDUREND!

Bovendien komt Hij daar terug naar deze aarde om het 1000-jarige vrederijk op aarde te vestigen en om de wereld te verlossen van satan en zijn macht en om het gelovige overblijfsel van zijn volk de ogen te openen voor wie Hij is: hun MASJIACH=Messias=Christus!

 Foute Bijbels
 
De "Petrus" misleiding heeft ook alles te maken met foute Bijbelvertalingen en i.v.m. het topic nodig ik mijn lezers uit om zelf dit te onderzoeken op de site van het Nederlands Bijbelgenootschap op basis van vergelijkend Bijbelvertaling-onderzoek met als gegeven 
Merk op dat alleen die vertalingen het juist hebben als het verschil tussen het woord Petrus en en het woord Petra wordt weergegeven, en zie bovenstaande tekst waarom.

Het is overigens WEL correcter om het woord 'dodenrijk' te gebruiken dan het woord 'hel', zoals (o.a.) de NBG '51 dat correct heeft vertaald:

Matteüs 16:18 En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. 

Als het in de Bijbel echt over de hel gaat, dan wordt daarmee de poel van vuur bedoeld.
Het dodenrijk is een tijdelijk oord en de hel is een altoosdurend oord.

Lees hier veel meer over in dit artikel: De Nederlandse Bijbel Vervalsing



No comments:

Post a Comment

Zie: HTML-tags in reacties toepassen en open met deze link een nieuw tabblad of nieuwe pagina om de aanwijzingen te kunnen raadplegen.